20. Staten-Generaal


De Staten van de verschillende provincies werden soms bijeen geroepen voor een generale of algemene dagvaart, meestal te Brussel of te Mechelen, om voorstellen van beden aan te horen, over plakkaten en maatregelen van algemeen belang te adviseren, of plechtige handelingen van de regering bij te wonen. Zij vormden dan echter niet één, de gehele staat vertegenwoordigd lichaam, maar bleven afzonderlijk beraadslagen en besluiten en waren tot niets verplicht waarin zij niet zelf hadden toegestemd.

Toelichting

De Staten-Generaal van vóór en van na de troebelen verschillen zeer sterk. Vóór de troebelen zijn zij eigenlijk alleen een bijeenkomst van provinciale Staten, die de landsheer het onderhandelen met iedere provincie gemakkelijker moet maken. Het is de vorst die zulk een bijeenkomst begeert, en als zij plaats heeft, is het meestal tegen de zin der Staten zelf, die liever in hun eigen provincie worden aangesproken. Daarbij beroepen zij zich op het ius de non evocando, eigenlijk een privilege van judiciële aard, maar dat, bij de weinig scherpe scheiding tussen het rechterlijke en het administratief-politieke, ook op dit laatste werd overgebracht. Zoo missen dan ook de Staten-Generaal alle bijzondere bevoegdheid; niets is hun bepaaldelijk voorbehouden, dat niet in de provincies zou kunnen geschieden.
    [...]

Voor verdere toelichting zie: [Thorbecke]/Fruin/Colenbrander, 
Staatsinstellingen (ed. 1922), 105-109.