24. Zeewezen


In tijd van vrede werd er geen oorlogsvloot onderhouden. Zo dikwijls men die nodig had, huurde men koopvaardijschepen en richtte die naar de vereisten in. Sedert de ordonnantie van 1487, herhaald in 1540, stond het gehele beleid der zeezaken onder een admiraal-generaal, die in de verschillende zeeplaatsen luitenants en raden mocht aanstellen. Holland weigerde echter zich naar deze ordonnantie te voegen, en bleef volhouden dat alleen zijn stadhouder over zijn zeezaken te beschikken had.

Voor verdere toelichting zie: [Thorbecke]/Fruin/Colenbrander, 
Staatsinstellingen (ed. 1922), 116-118.