12. Staten van Friesland


Ten gevolge van de Opstand verviel het recht, vroeger aan prelaten, edelen en eigenerfden toekomende, om op eigen kwaliteit in de landdag te verschijnen. Sedert 1578 verschenen uitsluitend de volmachten van de grietenijen van de drie goën en de gedeputeerden van de steden, die voortaan een vierde kwartier uitmaakten. De volmachten werden jaarlijks gezkozen door de bevoegde eigenaars of gebruikers van de stemgerechtigde goederen. Zij waren aan geen bepaalde last van hun committenten gebonden. Bij het concluderen werden de stemmen geteld van de kwartieren, en in elke van deze die van hun grietenijen of steden. De landdag werd uitgeschreven door de stadhouder en Gedeputeerde Staten, op wie de politieke macht van het Hof van Friesland grotendeels was overgegaan. Daarnaast kozen de Staten nog een commissie uit hun midden, het Mindergetal geheten, dat met de secretaris van staat alle zaken behandelde en zo nodig in de volle vergadering ter tafel bracht.

Voor verdere toelichting zie: [Thorbecke]/Fruin/Colenbrander, 
Staatsinstellingen (ed. 1922), 248-251.