Maastricht

Als stad direct aan een doorwaadbaar deel van de Maas, was Maastricht van oudsher zowel economisch als strategisch een belangrijke stad. Daarnaast was het met het graf van de heilige Servatius een belangrijke bedevaartplaats. Vanaf de dertiende eeuw viel de stad zowel onder het bestuur van de Bisschop van Luik als onder de Hertog van Brabant. Deze zogenaamde tweeherigheid leidde regelmatig tot conflicten over de rechten van beide partijen. De stad was territoriaal verdeeld in een Brabants, Luiks en gemengd tweeherig deel. Dit leidde tot heel ingewikkelde gezagsverhoudingen binnen de stad. Beiden heren hadden het benoemingsrecht van twee burgemeesters en andere overheidsdienaren. Beiden stonden ook aan het hoofd van een rechtbank in Maastricht.    

Beeldenstorm en godsdienststrijd

Terwijl in het Zuidwesten van de Nederlanden de Beeldenstorm al in augustus 1566 losbarstte, begon deze in Maastricht pas laat in september van dat jaar: beelden werden verwijderd uit het Dinghuis, op 29 september werd de Sint-Matthijskerk gezuiverd en op 3 november volgden de kapel Maria te Oever aan de Maas; de Sint-Joriskapel werd nagenoeg totaal vernietigd.

Op 22 oktober 1566 sloten roomsen en calvinisten een overeenkomst om de rust in Maastricht te herstellen. Calvinisten begonnen overal preken te houden, terwijl het stadsbestuur lange tijd onzeker was over hoe te handelen. Aan de godsdienstvrede kwam op 31 maart 1567 alweer een einde onder druk van de twee heren van de stad. Openlijke godsdienstbeoefening van de calvinisten waren vanaf dat moment weer streng verboden.

 

De Spaanse Furie in 1576

Tevens werden er troepen ingekwartierd; aanvankelijk waren dit Walen onder gezag van de Hertog van Brabant, maar met de komst van Alva werden ze vervangen door Spaanse troepen onder leiding van een Spaanse gouverneur, Francisco de Montesdoca. De aanwezigheid van dit garnizoen leidde tot grote spanningen. Het gezag in Brussel was niet in staat de troepen voldoende te betalen en lieten de burgers opdraaien voor de kosten. In 1576 leidde dit tot een opstand. De burgers hadden de gouverneur bewogen om met zijn troepen naar Wyk te gaan, aan de overzijde van de Maas. Vervolgens werd Montesdoca terug naar het stadhuis gevraagd om te onderhandelen over de aanwezigheid van de soldaten. Op dat moment werd hij door de burgers gevangen genomen.

Zijn onderbevelhebber, Martino d’Ayala, waarschuwde meteen andere Spaanse compagnieën en die vielen op 20 oktober 1576 de stad aan. Volgens een van de ooggetuigen (Motley) heeft d’Ayala vrouwen uit Wyk als een levend schild voor zich uit over de Wykerbrug gedreven zodat de burgers in Maastricht niet konden schieten. Burgers en Duitse soldaten werden teruggedreven tot het Vrijthof. De burgers die zich daar uiteindelijk overgaven beweerden dat de opstand niet hun idee was maar van hun oversten. Volgens een van de ooggetuigen kwamen 1500 burgers om in het water van de Maas of door het zwaard of het vuur. De stad werd vervolgens geplunderd, ook door de Duitse soldaten.

 In 1577 wordt door Don Juan het eeuwig edict ingewilligd. Op verzoek van de Staten-Generaal vertrokken daarop alle Spaanse troepen uit de steden. Bij hun vertrek uit Maastricht zouden zij nog vier wijken in brand gestoken hebben. De Duitse troepen bleven achter en lagen vervolgens continu overhoop met de katholieken. Dominicaanse paters werden verjaagd, terwijl hun klooster en kerk werden geplunderd en uiteindelijk voor een deel in brand gestoken.

In 1578 verklaarde Maastricht zich openlijk voor de Staten-Generaal en trad toe tot de Pacificatie van Gent. In het voorjaar van 1578 kwamen er Staatse troepen, die eveneens vijandig waren ten opzichte van de roomse burgerij. De Staatse troepen steunden de calvinisten, die de Sint-Matthijskerk innamen. In datzelfde jaar begon Parma aan geleidelijke omsingeling van Maastricht. de burgers van Maastricht kozen Melchior van Schwarzenberg tot gouverneur of opperbevelhebber van de verdediging. Willem van Oranje, die weinig vertrouwen had in Schwarzenberg's capaciteiten als militair, benoemde vervolgens Sebastién Tapin tot opperbevelhebber.

Belegering en inname door Parma in 1579

Begin maart 1579 sloot Parma Maastricht in met 34.000 man, ruim voorzien van geschut. Zij sloten de Maas af en omgaven de stad met een aarden wal en loopgraven, van waaruit de aanvallers zich een weg baanden richting middeleeuwse stadsmuur. Vele Maastrichtenaren waren reeds gevlucht, maar de achterblijvers vochten tot het uiterste door, wachtend op de hulp die de Staten-Generaal in Brussel beloofd hadden. De Staten van Holland ijverden voor ontzet, waarschijnlijk omwille van de handel op Luik, maar hulp bleef uit.

De meest markante fase van de strijd verliep ondergronds. Farnese gaf zijn troepen opdracht tunnels onder de muren door te graven. De inwoners van Maastricht groeven tunnels in  tegengestelde richting. Velen van de aanvallers zouden zijn gedood door kokend water dat in de tunnels werd gegoten of door rook en zuurstofgebrek toen de Maastrichtenaren vuren boven de tunnels aanstaken. Op 29 juni, na een belegering van vier maanden, drong het Koninklijk leger de stad in via de Brusselse Poort. Maastricht werd vervolgens drie dagen lang geplunderd waarbij tal van inwoners werden gedood. De schattingen van het aantal burgerdoden variëren van 900 tot 4000. Volgens de Italiaanse geschiedschrijver Famiano Strada, waren het er zelfs 8000, waaronder 1700 vrouwen, maar vermoedelijk is dit overdreven. De val van Maastricht maakte hoe dan ook overal grote indruk. In het paleis van Filips II, het Escorial bij Madrid hangen nog diverse schilderijen die dit wapenfeit memoreren.

Na de Spaanse inname in 1579 werd het Rooms Katholicisme onder dwang weer ingevoerd. De kerken die gebruikt waren door de calvinisten werden opnieuw gewijd, het stadsbestuur werd gezuiverd en de burgerij moest een nieuwe eed van trouw afleggen aan kerk en koning. De jezuïeten keerden terug naar de stad en predikanten werden verbannen. Kloosters werden hersteld en er werd geïnvesteerd in goed godsdienstonderwijs. Repressie van andersdenkenden maakte Maastricht tot een vrijwel uniform Roomse stad.

Belegering en Inname door Frederik Hendrik 1632

Ruim vijftig jaar later, in 1632, werd Maastricht belegerd door stadhouder Frederik Hendrik, in een campagne waarin hij een hele serie steden langs de Maas veroverde. Op 9 juni 1632 kwam hij met zijn Franse, Waalse, Engelse en Schotse troepen bij Maastricht aan, in totaal 17000 man infanterie en 4000 cavalerie. Bevelhebbers waren ondermeer Brederode, de graaf Van Limburg Stirum, Johan Maurits van Nassau-Siegen en kolonel Pinsen van der Aa.

Ditmaal vochten de stedelingen aan de kant van de Spanjaarden, maar zij stuurden wel zo snel mogelijk aan op onderhandelingen om een volgend bloedbad te voorkomen. Aartshertogin Isabella deed er echter alles aan om de stad te behouden en zij slaagde er uiteindelijk in twee ontzettingslegers naar de stad te zenden. Op 2 juli 1632 kwamen 18000 man infanterie en 6000 cavalerie onder leiding van Don Gonzalez de Córdoba aan bij Maastricht. Later werden zij nog versterkt door 12000 man infanterie en 4000 cavalerie onder leiding van Godfried Hendrik Graaf van Pappenheim.

Toen de belegeraars zich al gravend een weg hadden gebaand tot aan de Brusselse Poort, waar ze een mijn lieten ontploffen, kwamen de burgers in opstand: ze bezetten de Maasbrug en zorgden dat er in het stadhouderlijk hoofdkwartier op de Dousberg onderhandeld werd. Op 22 augustus 1632 werden de overgavestukken getekend en verliet het Spaanse garnizoen de stad.

‘Het Verraad van Maastricht’

Na de inname in 1632 bleek dat er nog wel degelijk calvinisten, ondertussen gereformeerden genaamd, in Maastricht waren. Beide godsdiensten kregen vanaf 1632 gelijke rechten. Protestanten kregen enkele kapellen toegewezen, later ingeruild voor de Sint-Matthijskerk en de kerk van Sint-Jan.

 Het bestuur van Maastricht bleef grotendeels ongewijzigd: de tweeherigheid bleef van kracht. In de Zuidelijke Nederlanden zijn de Staten-Generaal na 1600 niet meer bijeen geroepen. De verovering van 1632 bracht Maastricht onder staatsmedebewind voor het Brabantse bestuursaandeel. Deze staatskundige constructie zou tot 1795 stand houden.

De spanningen tussen gereformeerden en katholieken leidden op 15 september 1634 tot een tweede, kleine, Beeldenstorm. De Sint-Servaas en de Dominicanerkerk werden toen gezuiverd, evenals de kapellen van Sint-Catharina en het Sint-Servaasgasthuis. Maar ondanks het strenge optreden van de overheid keerde ook daarna de rust niet terug.

In het voorjaar van 1638 ontdekte de Staatse krijgsraad in Maastricht de opzet tot wat ten onrechte bekend is gebleven als ‘Het Verraad van Maastricht’. Tweeëntwintig mensen werden verdacht van contacten met de Spanjaarden en plannen om de stad terug in Spaanse handen te brengen. Aan het einde van een proces dat in hetzerige sfeer werd gevoerd, werden zeven verdachten vrijgesproken, negen onthoofd en de zes laatsten uit hun gevangenis ontslagen. De vijf burgers die schuldig bevonden waren, hadden daadwerkelijk een aanslag voorbereid en hadden dus hoogverraad begaan. De vijf minderbroeders die werden geëxecuteerd, waren echter nagenoeg onschuldig. De bekendste van deze vijf, pater Vinck, verrichtte mogelijk koeriersdiensten. Het proces is berucht gebleven door de folteringen die de gevangenen moesten ondergaan om hen bekentenissen te ontlokken. In Maastricht is nog steeds een straat en een rondeel met de naam Vijfkoppen, genoemd naar de plaats waar de hoofden van de vijf broeders werden tentoongesteld.

 

Anne Bogman / Erika Kuijpers

 

De geestelijkheid Maastricht uitgezet (1578)

 

Literatuur

Anoniem, ‘Etat de la religion catholique a Rurmonde en 1575 et 1576’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (1877) 159-? 

Anoniem, ‘Quatrain sur l’attaque de Maestricht en 1592 - Lettre de Grobbendock de 1594, au sujet de tentatives sur Maestricht et Huy’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (1877) 155-159.

Bax, W., Het Protestantisme in het bisdom Luik en vooral te Maastricht (Den Haag 1937). 

Bergh, van den, S.J., ‘Maastricht in 1579’, Aurora jaarboekje (1853) 116-123.

Berk, L., Beschrijving van de marteldood van pater Servatius Vinck, predikant in het voormalig klooster der eerw. paters Minderbroeders te Maastricht (Sint-Truiden 1868).

Borromeus, Br., Maastricht in de tachtigjarige oorlog (Maastricht 1948).

Dyserinck, H., Het beleg van Maastricht door Parma in 1579 (z.p.1905).

Essen, L. van der., Kritisch onderzoek betreffende de oorlogvoering van het Spaans leger in de Nederlanden in de XVIe eeuw 9 dl. (Brussel 1950-1960).

Flament, A.J.A., Chroniek van Maastricht van 70 na Chr. tot 1870 (Maastricht 1980). 

Franquinet, G.D., ‘Siége de Maestricht en 1748: journaux de siége et autres documents’, Annales de la Société Historique et Archéologique à Maestricht 2.1 (1856). 

Haakman, A.F., ‘Het beleg en de zoogenaamde verwoesting van Maastricht in 1579’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (1877). 

Habets, J., ‘Chroniek der kerk van St. Servaas te Maastricht 1565-1587’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg = Jaarboek van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap XXVI (1889) 68-75. 

Habets, J., ‘Melanges. I Une chanson sur le si’ege de Maestricht en 1632’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (1878) 159-?. 

Habets, M.J., ‘Opkomst en voortgang der stad Maastricht. Vierde deel.’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg = Jaarboek van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap II (1865) ?-104. 

Habets, J., De protestantsche beroerten te Maastricht in 1566 en 1567 / verhaald door eenen tijdgenoot (Roermond 1874). 

Heijden, R.P.W.J.M., Verdoemde stad: het beleg van Maastricht in de strijd om de stedenkroon, 1632 (Maastricht 1983). 

Hurges, P., Voyage de Philippe de Hurges à Liége et à Maestrecht en 1615 (Liege 1872). Digitaal beschikbaar op: http://www.archive.org/details/voyagedephilipp00hurggoog. 

Jansen, J.C.G.M., ‘Economische en sociale gevolgen van de val van Maastricht in 1579’, in: G. van Bree (ed.), “Van der Nyersen upwaert”: een bundel opstellen over Limburgse geschiedenis aangeboden aan drs. M.K.J. Smeets bij zijn afscheid als Rijksarchivaris in Limburg (Maastricht 1981) 127-135.

Janssen, E., Gulielmus Lindanus, Georgius Cassander en hunne correspondentie van anno 1563 (Maastricht 1949). 

Joly, V., Siége de Maestricht, sous Alexandre Farnèse, duc de Parma, en 1579 (Maastricht 1840). 

Klinkenberg, J.Th., ‘Dye quade siecte: de pest in Maastricht in de zestiende en zeventiende eeuw’, Tijdschrift voor sociale geschiedenis 16.3 (1990), 267-286. 

Knoop, W.J., De belegeringen van  ’s Hertogenbosch en Maastricht in 1629 en 1632 (z.p. 1855). 

Knoop, W.J., Nadere toelichting tot den aanslag op Maastricht van 1594 (z.p. 1879). 

Knoop, W.J., ‘Over den aanslag van prins Maurits op Maastricht, in 1594’, Verslagen en mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Afdeeling Letterkunde 2.8 (1878) 237-268. 

Merkes, J.G.W., Het beleg van Maastricht in 1579: met geschied- en krijgskundige aanteekeningen (Arnhem 1979).

Meulleners, J.L., De beoordeeling van Alva en van Oranje voorkomend in het opstel: Legertochten tusschen Maastricht en Mook (1568-1575) (Maastricht 1891).

Meulleners, J.L., Legertochten tusschen Maastricht en Mook, sedert 1568 tot 1575, en gelijktijdige belastingen en inkwartieringen te Elsloo (z.p. 1889). 

Morreau, L.J., Die yseren stadt Maestricht: uit de geschiedenis van een befaamde vesting in de periode van 1200 tot 1678 (Maastricht 1982).

Morreau, L.J., Bolwerk der Nederlanden : de vestingwerken van Maastricht sedert het begin van de 13e eeuw (Assen 1979).

Nathan, C., ‘Die Belagerung von Maastricht im Jahre 1579’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg XXXVII (Maastricht 1901).

Plantenberg-Marres, P., En toen brak de hel los: de verwoesting van Maastricht door Parma in 1579 (Maastricht 1967). 

Quaedvlieg, R., De ijzeren dame te Maastricht: eene geschiedenis uit den tachtigjarigen oorlog (Houthem 1880). 

Schaepkens, A., ‘Chronique locale: deux scènes d’un massacre qui eut lieu à Maestricht le 20 octobre 1576’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg II (1865).

Schaepkens, A., ‘Relation du siége et du bombardement de la ville de Maestricht (par Fréderic Henri, Prince d’Orange Nassau, soutenu en 1632 par la garnison Espagnole et les habitants de la ville, sous la conduite du Marquis de Leede)’, Annales de la Société Historique et Archéologique à Maestricht II (Maastricht 1857).

Schukking, W.H., ‘Het beleg van Maastricht door Parma in 1579’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg = Jaarboek van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (1952), 75-97.

Steegen, E., Kleinhandel en stedelijke ontwikkeling: het kramersambacht te Maastricht in de vroegmoderne tijd (Hilversum 2006).

Stijfs, J., Limburgs boekjuweel: cultureel erfgoed in Limburgse bibliotheken (Maastricht 2005).

Szénássy, I., Stad tegen Imperium: Maastricht belegerd door Parma 15/979 (Maastricht 1979).

Thomassen, M.H.J.P., ‘Krijgsbedrijven van Alexander Farnese in Limburg en aangrenzende gewesten, 1578-1579’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg = Jaarboek van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap XXVII (1890), 23-142.

Ubachs, P. J. H., Handboek voor de geschiedenis van Limburg (Hilversum 2000).

Ubachs, P.J.H., Nieuwe burgers van Maastricht: 14de eeuw-1795, (Geleen 1993).

Ubachs, P.J.H., Twee heren, twee confessies: de verhouding van staat en kerk te Maastricht, 1632-1673 (Assen 1975).

Ubachs, P. J.H., Historische encyclopedie Maastricht (Zutphen 2005).

Ubachs, P. J.H., Tweeduizend jaar Maastricht: een stadsgeschiedenis (Zutphen 2006). 

Vega, L. de, El asalto de Mastrique, (Maastricht 1954).

Vega, L. de, La famosa tragicomedia de el asalto de Mastrique por el príncipe de Parma (Maastricht 1956).

Vermeir, R., In staat van oorlog: Filips IV en de Zuidelijke Nederlanden, 1629-1648 (Maastricht 2001). 

Vinck, P., Waarachtige historie van de gevangenis en dood van den eerwaardigen pater Servatius Vinck, minderbroeder in het convent te Maastricht ... (Maastricht 1840). 

Vlekke, B.H.M., Van “t gruwelijck verraet, in den jare 1638 op Maestricht gepractiseert”: studies over de vestiging van het Staatsche gezag over Maastricht in de jaren 1632 tot 1639 (Antwerpen 1938). 

Wouters, H.H.E., Grensland en bruggehoofd: historische studies met betrekking tot het Limburgse Maasdal en, meer in het bijzonder, de stad Maastricht (Assen 1970).

Oude drukken

 

Cort verhael van 't verraedt den 27 Februarij ontdeckt, ende de iustitie daer op ghevolght den eersten May 1638 binnen Maestricht. (Amsterdam 1638). Plaatsingscode UB Leiden: THYSPF 4177.

De groote verraderye vanden vyant begint (Godt zy lof) meer ende meer ontdeckt te worden. - 's-Gravenhage (Den Haag 1638). Plaatsingscode UB Leiden: THYSPF 4176.

Kort verhael vant verraet van Maestricht. (Den Haag 1638). Plaatsingscode UB Leiden: THYSPF 4175.

Interdictie aen de regenten van alle kloosters binnen Maestricht. De Staten Generael der Vereenighde Nederlanden ... Alsoo wy in ervaringhe zijn ghekomen, dat inde kloosters binnen onse stadt Maestricht, in plaetse vande af-ghestorvene ofte versondene religieusen ... andere werden inghenomen (Den Haag 1635). Plaatsingscode UB Leiden: THYSPF 4016.

Extract uut seeckere missive, geschreven binnen Maestricht in date den 19. augusti, waer in verhaeldt werdt den aenval vanden vyandt, ende het afkeeren der selver. Gheschiet den 18. augusti 1634. (Den Haag 1634) Plaatsingscode UB Leiden: THYSPF 3939.

Korte beschrijvinge ofte Iovrnael van de op-treckinge des door-luchtigen Prince van Orangiën, den 29. Mey 1632 van Nieu-megen, naar de Mase, de in-neminge der steden van Venlo, Rovrmvnde, ende Stralen; ende de seer gedenck-vveerdige belegeringe ende veroveringe van de oude en vermaerde stadt Maestricht; als mede de steden in't vorstendom van Limborgh: alles tot de victorieuse vveder-komste toe van Sijne hoog-gem. Exc. : Mitsgaders een lyste vande geblevene ende gequetste graven, colonellen, capiteynen, bevel-hebberen en soldaten, ende vorders vvat vveerdigh vvas te notéren van vveder-zijden. : Met een seer uyt-nemende nette kaerte van de voorn. treffelijcke belegeringe der voorseyde stadt Maestricht en seer duydelijcke aen-wijsingen daer inne gestelt, tot meerder openinge van't voorsz. iournael / 'twelck is eenvoudiglijck, en naer waerheyt in't Engels beschreven door Hendrick Hexham. ; Ende getranslateert in 't Neder-duyts, door J. van Langenhoven. – (Den Haag 1633).

Vert. van: Hexham, H., A journall of the taking in of Venlo, Roermont, Strale, the memorable siege of Mastricht, ... (Delft 1633). - Bevat 2 kaarten, waarvan de 2e is een 'Nieuwe caerte vande Oost en Wester Schelde'; bevat tevens de teksten v.d. accoorden gesloten bij de overgave van deze gebieden.

Iovrnael. Oft dagh-register, van alle de gedenckwaerdige oorloghsche gheschiedenissen voor-ghevallen zedert den 29. may 1632, dat Syne Excellentie den doorluchtighsten prince van Orangien van Nieuw-Meghen optrock naer de Maese, tot op sijne victorieuse wederkomste inden Haghe, met de belegeringen ende veroveringen der steden Venlo, Roermunde, Stralen, Maestricht, ende andere meer, soo in't hertochdom van Limborgh als elders, Hier zyn ook ingevoecht de verclaringen by den graeven Hendric van den Bergh ende VVarfuse, uytgegeven tot verantwoordinge van hun afwycken van des koninghs van Spanjens gehoorsaemheyt, item de proceduren vande Spaensche tegen henluyden met meer andere schriften. (Amsterdam 1633). Plaatsingscode UB Leiden: PAMFLT 1633: 7.

Histoire generale de la gverre de Flandre : divisee en devx parties : contenant tovtes les choses memorables aduenuës en icelle depuis l'an M.D.LIX. iusques à present / par Gabriel Chappvys. - Edition novvelle, avgmentee des sieges memorables de Breda, Grol, Boisleduc, ... & autres places / auec une briefue description des prouinces du Pays-bas, & enrichissement de figures(Parijs 1633).

Ryyssenberg, B., Trivmph basvyn over de geluckige victorie ende heerlijcke over-winninge der stadt Maestricht, mitsgaders de steden Venlo, Rourmonde, Stralen, Erckelens, Sittert, ende Limburgh met het landt daer aen behoorende : gewonnen door den door-luchtigen, Hoogh-geboren vorst Frederick Henrick Prince van Oranjen, Grave van Nassau ... int jaar 1632 (Den Haag 1632).

Mastrecht la saincte dediee a messieurs les ecclesiastiques et seculiers de la mesme ville. Sera representée diuerses fois par la ieunesse des escholles de la Compagnie de Iesus, à sçauoir le 10. et 11. de iuillet, qui sera dans la quinzaine septenelle, en laquelle on monstre les reliques des saincts qui sont à Mastrecht, 1629 (Luik 1629) Plaatsingscode UB Leiden: THYSPF 3496.

Articulen, gheaccordeert by mijn heere den prince van Oraignen, aen die vande gheestelickheydt ende magistraet der stadt Maestricht.. (Den Haag 1632). Plaatsingscode UB Leiden: PAMFLT 1632: 15 (1). 

Iovrnael ofte een korte beschrijvinghe van alle de ghedenckweerdighste gheschiedenissen, welcke na het vertreck van sijn princelijcke excellentie, van Nieumeghen, tot de veroveringhe der stadt Mastricht, voorgevallen zijn. Beginnende van den xxx. mey, tot den xxiij. augusti, 1632.. (Arnhem, 1632). Plaatsingscode UB Leiden: PAMFLT 1632: 8.