Steenbergen

Stad in het noordwesten van het vroegere hertogdom Brabant.
        Rond 1272 kregen de inwoners hun eerste rechtsregels (Oude Keur). Van 1287 tot 1458 werd de plaats door de heren van Breda en Bergen op Zoom gezamenlijk bestuurd. In 1458 is de heerlijkheid Steenbergen een bezit van de Nassau’s geworden, bij een onderlinge overeenkomst tussen beide heren.
Hoewel het plaatselijke bestuur al in 1319 en 1321 toestemming had verkregen om een omwalling aan te leggen, kwam deze pas enige jaren later tot stand, wellicht in de jaren dertig. De door overstromingen en branden geteisterde stad kon echter vanaf ca. 1400 het onderhoud van de eerste omwalling niet meer aan, mede gezien het teruglopende aantal inwoners. Aan de noordzijde vormde ook de haven door de bedijkingen voor een eventuele aanval geen natuurlijke barrière meer. Een kleinere ommuring werd opgetrokken met een vijfhoekig grondplan.
        De stad blijkt in 1572 nauwelijks verdedigbaar voor een aanslag door de Watergeuzen. Het volgende jaar zijn er weer Spaanse troepen in de stad. In 1577 brengt het Staatse leger Steenbergen opnieuw onder het gezag van de prins van Oranje. Al heeft de prins de haven laten heropenen, een groot deel van de stadsmuren blijkt in vervallen staat te verkeren en de plaats is dan ook een gemakkelijke prooi voor aanvallers. In juli 1582 nemen Waalse soldaten, als boeren verkleed, Steenbergen bij verrassing in. Terwijl de Franse generaal Biron in 1583 vanaf Eindhoven naar het westen trekt, marcheert Parma met een Spaans leger in noordelijke richting. Uiteindelijk treffen de beide legers elkaar ten noorden van Roosendaal. Een gevecht ontstaat, bekend als de slag bij Steenbergen, die overigens onbeslist eindigt. Parma laat een bezetting te Steenbergen achter. Deze Spaanse militairen schijnen in die tijd vrijwel de enige bewoners te zijn geweest.
Prins Maurits herovert na de inname van Breda in oktober1590 ook Steenbergen. Men kan nu aan herstel gaan denken. Tijdens het Twaalfjarige Bestand worden wel de poortgebouwen vernieuwd en onder leiding van ingenieur David van Orliëns en een vestingwal aan de noordzijde van de stad aangelegd, maar dit belet niet dat Steenbergen na het eerste kanonschot in 1622 voor het laatst in Spaanse handen valt, om na het einde van het beleg van Bergen op Zoom weer even gemakkelijk door Maurits heroverd te worden.
        Onder Frederik Hendrik wint het inzicht veld dat een radicale vernieuwing noodzakelijk is. In eerste aanleg krijgt de stad in 1628 een omwalling volgens het Oud-Nederlandse stelsel met drie bolwerken. Het volgende jaar komt op aandringen van de prins een uitbreiding aan de noordzijde van de stad tot stand, waardoor het aantal bolwerken voortaan zes bedraagt. Als buitenwerken worden er nog twee ravelijnen, een hoornwerk en nadien ook een kroonwerk aan toegevoegd. De vesting is in 1627-1629 opgenomen in de linie die loopt van de Waterschans bij Bergen op Zoom tot aan het ten noorden van Steenbergen gelegen fort Henricus. Deze wordt in de zeventiende eeuw opgenomen in het zogenaamde Zuiderfrontier van de Republiek.

Willem van Ham

F. A.. Brekelmans, en W. A.. van Ham, 'De vestingwerken van Steenbergen tot 1630', De Ghulden Roos 17 (1957) 77-96

Frans van Eekelen, De vloek van de zeemeerminnen : Steenbergen, een stad met geschiedenis. - Soest : Uitgeverij boekscout.nl, 2014. - 318 p. ; 20 cm. ISBN 978-94-022-0854-2

W. A.. van Ham, 'De ontwikkeling van Steenbergen in de 19de en 20e eeuw', in: Uit Stad en Land van Steenbergen (Steenbergen, 1958) 154, 164

W. A. van Ham, 'De vesting Steenbergen en bijbehorende werken' in: Atlas van historische vestingwerken in Nederland. Noord-Brabant (Utrecht/Zutphen 1996) 67-76.

C. J. F. Slootmans, 'Uit Steenbergens verleden vóór 1648', De Ghulden Roos 10 (1950) 55-70