Mondragón y Otalora, Cristóbal de

 

Medina del Campo, 1504 of 1514 - Antwerpen, 3 of 4 januari 1596.

Spaans legeraanvoerder in de Nederlanden, ook bij zijn tegenstanders gerespecteerd om zijn ridderlijkheid. Pirenne zei van hem dat hij de enige Spaanse bevelhebber was die niet de haat van de Nederlanders (les Belges) op zich had geladen (Histoire de Belgique, IV, p. 208). In 1572 ontzette hij het door de Geuzen belegerde Goes, waarna hij door Alva werd benoemd tot stadhouder van Zeeland. Op 21 februari 1574 verliet hij op eervolle voorwaarden de stad Middelburg, die hij aan Oranje moest overleveren. Twee jaar later revancheerde hij zich door zijn belegering en inname van Zierikzee. Na de verovering van deze stad kon ook hij niet voorkomen dat de al jaren niet betaalde Spaanse soldaten aan het muiten sloegen. Onder Parma nam hij deel aan de belegering van Maastricht (1579). Zijn laatste veldtocht was die van 1595: het doen opbreken van het beleg van Groenlo door prins Maurits, waarna Mondragon de ruiterij van Filips van Nassau verdreef. Hij overleed als burgvoogd van Antwerpen in de citadel aldaar.

Anton van der Lem

Links


www.tercios.org

 

Literatuur

A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden XII (Haarlem, 1869) 978-981

Biographie Nationale de Belgique: niet opgenomen

Nationaal Biografisch Woordenboek: niet opgenomen

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden, 1912) 937-938 (H. Dyserinck)

Nouvelle Biographie Nationale: niet opgenomen

Mondragón : Spaans kolonel tijdens de Tachtigjarige oorlog / W.A. Boekelman. - [S.l.] : Vereniging "Mars et Historia", [1997]. - 64 p. : ill. ; 21 cm. - (Mars bibliotheek ; dl. 2). Met bibliogr. ISBN 90-803271-2-3

Mondragon, de wad-lopende Spaanse kolonel / D.H. Schortinghuis. - 1964. - ill. portr. In: Ons leger : algemeen orgaan voor weermachtsbelangen : officieel orgaan van de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging "Ons Leger", ISSN 0030-2724: vol. 48 (1964), afl. 9, pag. 22-26.

Angel Salcedo Ruiz, El Coronel Cristóbal de Mondragón. Apuntes para su biografía (Madrid, Marcelino Tabares, 1905)